Argumentatieschema’s

Wat is een argumentatieschema?

Een argumentatieschema is de manier waarop een standpunt en de bijbehorende argumenten met elkaar verbonden zijn. Met andere woorden: het patroon van redenering dat iemand gebruikt om zijn of haar standpunt te ondersteunen. In het examen moet je argumentatieschema’s kunnen herkennen, benoemen en beoordelen.

Een argumentatieschema kan één argument bevatten, maar vaak ook meerdere, met nevenschikkingen of onderschikkingen (subargumenten).


Belangrijkste argumentatieschema’s met voorbeelden

1. Oorzaak – gevolg

Uitleg: Het standpunt wordt ondersteund door te wijzen op een gevolg dat uit een oorzaak voortkomt (of omgekeerd).

Voorbeeld:
“Energiedrankjes leiden tot concentratieproblemen op school, dus ze zouden verboden moeten worden.”
→ De schrijver verbindt een negatief gevolg aan het gebruik.


2. Voor- en nadelen

Uitleg: Er wordt afgewogen of iets wenselijk is op basis van positieve of negatieve gevolgen.

Voorbeeld:
“Een verbod op energiedrankjes zorgt voor rust in de klas en gezondere leerlingen.”
→ Argumentatie vanuit voordelen.


3. Vergelijking

Uitleg: Er wordt vergeleken met een soortgelijke situatie om het standpunt aannemelijk te maken.

Voorbeeld:
“Roken is ook verboden op school, dus energiedrank moet dat ook zijn.”
→ Let op: bij slechte vergelijking kan dit een drogreden worden.


4. Autoriteit

Uitleg: Het argument is gebaseerd op de mening of kennis van een deskundige bron.

Voorbeeld:
“Volgens het Voedingscentrum leidt overmatig cafeïnegebruik tot slaapstoornissen.”
→ Een betrouwbare bron maakt het standpunt sterker.


5. Kenmerk of eigenschap

Uitleg: Een eigenschap van een persoon, situatie of ding wordt als reden gebruikt.

Voorbeeld:
“Energiedrankjes bevatten stoffen die verslavend kunnen zijn. Daarom moeten ze uit scholen verdwijnen.”
→ Het gaat om een kenmerk (de samenstelling van het drankje).


6. Middel – doel

Uitleg: Er wordt een middel genoemd dat leidt tot het bereiken van een bepaald doel.

Voorbeeld:
“Door reclame voor energiedrankjes te verbieden, beschermen we jongeren tegen overconsumptie.”
→ Het middel is het reclameverbod, het doel is bescherming.


7. Moreel of normatief schema

(vooral vwo)

Uitleg: Argumenten gebaseerd op waarden of normen.

Voorbeeld:
“Als samenleving moeten we jongeren beschermen, ook tegen hun eigen keuzes.”
→ Hier wordt een moreel uitgangspunt als argument gebruikt.


Extra: SExI-model (voor schrijf- én spreekvaardigheid)

Het SExI-model is een praktische manier om een argument gestructureerd en overtuigend te formuleren. Het wordt vooral ingezet bij schrijfopdrachten en debat, maar helpt ook om argumentatieschema’s te doorgronden.

SExI staat voor:

  • S – Stelling (wat vind je?)
  • Ex – Uitleg (waarom vind je dat?)
  • I – Illustratie (voorbeeld ter ondersteuning)

Voorbeeld volgens het SExI-model

Stelling: Energiedrankjes zouden verboden moeten worden op middelbare scholen.
Uitleg: Ze hebben een negatieve invloed op de concentratie van jongeren.
Illustratie: Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat jongeren die dagelijks energiedrank drinken slechter scoren op cognitieve taken.

→ Dit voorbeeld past binnen het argumentatieschema “oorzaak – gevolg”, maar is ook netjes opgebouwd volgens SExI.


Wat moet je op het examen?

  • Kunnen herkennen welk schema gebruikt wordt in een fragment.
  • Kunnen benoemen hoe een argument is opgebouwd (bijv. oorzaak → gevolg).
  • Zelf argumenten logisch kunnen opbouwen (bij voorkeur met het SExI-model).
  • Eventuele drogredenen herkennen als het schema foutief is toegepast.