Een beschouwing is een tekst waarin je een onderwerp van meerdere kanten belicht, zonder direct een standpunt in te nemen. Je doel is om de lezer aan het denken te zetten. Dat betekent niet dat je geen mening mag hebben, maar je laat ruimte voor nuance en tegenargumenten.
Beschouwingen komen voor in school- en eindexamens, en vragen om inzicht, afwegingen en analyse. Dit schrijfdoel is belangrijk omdat je ermee laat zien dat je verschillende perspectieven kunt verkennen en structureren.
Voor je een beschouwing kunt schijven, moet je eerst een schrijfplan maken. Hier lees je hoe je dat aan moet pakken.
Opbouw van een beschouwing
Een beschouwing heeft een flexibele structuur, maar bevat meestal:
- Inleiding
- Kern (meerdere invalshoeken)
- Slot (reflectie of open vraag)
1. Inleiding
Introduceer het onderwerp en leg uit waarom het relevant of actueel is. Je stelt een centrale vraag, bijvoorbeeld:
“In hoeverre moeten we AI inzetten in het onderwijs, en wat zijn de gevolgen voor het leerproces van leerlingen?”
Je noemt in de inleiding dus geen standpunt, maar een vraag of observatie die de lezer uitnodigt tot nadenken.
2. Kern
In de kern werk je verschillende perspectieven of standpunten uit. Elke alinea gaat over één invalshoek.
Bijvoorbeeld:
- Technologisch perspectief: AI verhoogt efficiëntie.
- Pedagogisch perspectief: AI kan leiden tot minder zelfstandig denken.
- Economisch perspectief: Investeren in AI-onderwijs kan op termijn kosten besparen.
Elke invalshoek licht je toe met argumenten, voorbeelden en nuances. Je gebruikt hier ook weer signaalwoorden om verbanden helder te maken.
Voor havo-leerlingen is het belangrijk om enkele duidelijke perspectieven te bespreken. Vwo-leerlingen mogen meer abstractie, interdisciplinariteit of complexiteit laten zien, bijvoorbeeld door ethiek en maatschappelijke gevolgen te combineren in één analyse.
3. Slot
Het slot bevat geen harde conclusie, maar een reflectie, afweging of open vraag. Je vat samen wat je hebt besproken en wijst op wat er nog onduidelijk of bespreekbaar is. Bijvoorbeeld:
“AI biedt kansen én risico’s voor het onderwijs. De vraag blijft hoe we deze technologie kunnen inzetten zonder dat het ten koste gaat van kritisch denken.”
Taalgebruik en stijl
- Objectief en beschouwend: je schrijft zonder waardeoordeel of overtuiging.
✗ “Het is dom om tegen AI te zijn.”
✓ “Sommigen vrezen dat AI het leerproces kan ondermijnen, anderen zien vooral voordelen.” - Gebruik modale werkwoorden en nuances:
- zou kunnen, mogelijk, misschien, enerzijds… anderzijds
- Signaalwoorden zijn ook hier belangrijk:
- Voor afweging: aan de ene kant, anderzijds, tegelijkertijd
- Voor samenvatting: kortom, samenvattend
- Voor nuance: wellicht, mogelijk, dat hangt af van…
Veelgebruikte structuur voor een beschouwing
Je kunt bijvoorbeeld deze indeling hanteren:
| Alinea | Inhoud |
|---|---|
| 1 | Introductie van het onderwerp + centrale vraag |
| 2 | Eerste invalshoek (voordeel/kans/perspectief) |
| 3 | Tweede invalshoek (nadeel/risico/ander perspectief) |
| 4 | Derde invalshoek of verdieping |
| 5 | Reflectie, afweging of open vraag |
Vwo-tip: Combineer perspectieven of introduceer een onverwachte invalshoek, zoals een filosofische of ethische beschouwing (bijv. wat zegt Kant over autonomie?).
Samenvatting
Een goede beschouwing:
- Presenteert meerdere invalshoeken rond een centrale vraag.
- Bevat een neutrale en beschouwende toon.
- Gebruikt voorbeelden en argumenten om elk perspectief toe te lichten.
- Laat ruimte voor twijfel, nuance of reflectie.
- Is op vwo-niveau complexer, genuanceerder en mogelijk interdisciplinair van aard.