Wat is strategisch lezen?
Strategisch lezen betekent dat je verschillende manieren van lezen toepast, afhankelijk van je doel. Je leest anders als je een samenvatting moet maken dan wanneer je moet beoordelen of een tekst betrouwbaar is. Tijdens het examen moet je snel en effectief door lange teksten kunnen navigeren. Zonder strategie is dat bijna niet te doen.
De vijf leesstrategieën
1. Oriënterend lezen – Wat voor tekst is dit eigenlijk?
Wat doe je?
Je bekijkt de titel, inleiding, tussenkopjes, afbeeldingen, bron en eventueel het slot.
Doel:
Weten waar de tekst ongeveer over gaat en wat het tekstdoel is.
Voorbeeld havo
Tekst: “Is het tijd voor een verbod op energiedrankjes voor jongeren?”
- Titel: Je vermoedt dat het om een betoog gaat.
- Tussenkopjes: “Hartproblemen onder jongeren”, “Wat zeggen experts?”
- Afzender: Voedingscentrum.nl → vermoedelijk informatief en betrouwbaar.
Conclusie na oriënteren: Tekst is waarschijnlijk informatief of overtuigend, over gezondheid en jongeren.
Voorbeeld vwo
Tekst: “Waarom vrijheid van meningsuiting geen vrijbrief is voor haatspraak”
- Afzender: NRC Opinie
- Inleiding: de auteur reageert op een recente demonstratie
Oriënterende conclusie: Tekst is een opiniestuk, doel is overtuigen, mogelijk met maatschappelijk debat als context.
2. Globaal lezen – Wat is de hoofdgedachte?
Wat doe je?
Je leest de eerste en laatste zinnen van alinea’s.
Doel:
Inzicht krijgen in de opbouw en hoofdgedachte.
Voorbeeld havo
Alinea 1:
- Eerste zin: “Steeds meer jongeren grijpen naar energiedrankjes.”
- Laatste zin: “Sommige scholen hebben ze inmiddels verboden.”
Conclusie: Inleiding van een probleem. De tekst gaat over het gebruik van energiedrank onder jongeren en de gevolgen daarvan.
Voorbeeld vwo
Alinea 3 uit NRC-tekst:
- Eerste zin: “Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.”
- Laatste zin: “Die grenzen moeten we scherper bewaken.”
Globale conclusie: De schrijver pleit voor scherpere regels. Je ziet het betoog al op gang komen.
3. Intensief lezen – Wat staat er precies?
Wat doe je?
Je leest de volledige tekst aandachtig, inclusief details, argumenten en voorbeelden.
Doel:
Alles goed begrijpen: inhoud, verbanden, stijl, argumentatie.
Voorbeeld havo
“In alinea 4 staat: ‘Volgens een studie van het RIVM stijgt het risico op hartritmestoornissen met 20% bij dagelijks gebruik van meer dan twee blikjes energiedrank.’”
Leerling verwerkt dit feit als sterk argument in een samenvatting of betoog.
Voorbeeld vwo
“In alinea 5 gebruikt de auteur een analogie: ‘Zoals je geen vuur mag stoken in een bos, mag je ook geen haat zaaien in een kwetsbare samenleving.’”
Leerling herkent het argumentatieschema: vergelijking. Analyse hoort hier bij intensief lezen.
4. Kritisch lezen – Is dit wel betrouwbaar of logisch?
Wat doe je?
Je beoordeelt de argumentatie, de bron, het taalgebruik en de bedoelingen van de schrijver.
Doel:
Je vormt een onderbouwde mening over de waarde of overtuigingskracht van de tekst.
Voorbeeld havo
“De schrijver noemt alleen nadelen van energiedrank. Is hij wel objectief? Wat is zijn belang?”
Leerling leert vragen stellen als: is dit eenzijdig? Wordt er een betrouwbare bron genoemd?
Voorbeeld vwo
“De schrijver haalt een professor aan, maar noemt geen onderzoeksbron. Is het dan wel een geldig autoriteitsargument?”
Leerling beoordeelt niet alleen inhoud, maar ook argumentatieve techniek.
5. Studerend lezen – Hoe onthoud ik dit goed?
Wat doe je?
Je maakt aantekeningen, markeert hoofdgedachten en vat samen.
Doel:
Je bereidt je voor op een toets, presentatie of discussie.
Voorbeeld havo
“Markeer alle argumenten tegen energiedrankjes. Zet die in een lijstje.”
Vervolgens maakt de leerling er een mini-samenvatting van.
Voorbeeld vwo
“Maak een schema: welke argumentatieschema’s gebruikt de schrijver per alinea?”
Leerling combineert inhoud met analyse → studerend én kritisch.
Tot slot: slim combineren
Een examen begin je met oriënterend lezen om te bepalen wat voor tekst je voor je hebt. Daarna lees je globaal om te zien waar de tekst naartoe werkt. Vervolgens ga je intensief of kritisch lezen, afhankelijk van de vraag. Bij sommige opdrachten is studerend lezen slim, zeker als je de informatie moet onthouden of toepassen.