Wat is het verschil tussen een tekstdoel en een tekstsoort?
Een tekstdoel is wat de schrijver met de tekst wil bereiken.
Een tekstsoort is de vorm van de tekst, passend bij dat doel.
Voorbeeld: Als het doel van de tekst is om jou te overtuigen, dan is de soort tekst meestal een betoog of opiniestuk.
In examens moet je vaak kunnen benoemen wat het hoofdtekstdoel is en met welk middel de schrijver dat probeert te bereiken (zoals argumentatie, voorbeelden, ironie, feiten, enz.).
De vier hoofdtekstdoelen
- Informeren
De schrijver wil de lezer iets laten weten of uitleg geven.- Tekstsoorten: nieuwsbericht, achtergrondartikel, reportage, uiteenzetting.
Tekst over de werking van zonnepanelen. De schrijver legt stap voor stap uit hoe zonne-energie wordt omgezet in elektriciteit.
→ Tekstdoel: informeren
→ Tekstsoort: uiteenzettingVoorbeeld (vwo)
Artikel in De Groene Amsterdammer over de geschiedenis van de verzorgingsstaat, met veel bronnen en nuance.
→ Tekstdoel: informeren
→ Tekstsoort: achtergrondartikel - Uiteenzetten (uitleg geven over een stand van zaken)
De schrijver wil een complex onderwerp helder en objectief toelichten.- Tekstsoorten: uiteenzetting, achtergrondartikel, schoolboektekst.
Uiteenzetting over hoe sociale media werken en waarom jongeren gevoelig zijn voor likes.
→ Objectief, zonder oordeel. Doel is inzicht geven.Voorbeeld (vwo)
Een tekst waarin het verschil tussen populisme en progressieve politiek wordt uitgelegd, zonder partij te kiezen.
→ De schrijver stelt zichzelf niet op als voor- of tegenstander. - Overtuigen
De schrijver wil de lezer ergens van overtuigen: een mening overnemen of standpunt ondersteunen.- Tekstsoorten: betoog, opiniestuk, ingezonden brief.
Een ingezonden brief waarin iemand pleit voor het verplicht stellen van schooluniformen.
→ Tekstdoel: overtuigen
→ De schrijver gebruikt argumenten en voorbeelden.Voorbeeld (vwo)
Een opiniestuk in NRC over de noodzaak van een basisinkomen, met verwijzingen naar economische rapporten en persoonlijke observaties.
→ De auteur gebruikt argumentatieschema’s en autoriteitsargumenten. - Activeren (tot actie aanzetten)
De schrijver wil dat de lezer iets gaat doen of laten.- Tekstsoorten: reclame, folder, oproep, campagne.
Een flyer van de GGD die jongeren oproept om hun gehoor te laten testen na een festival.
→ Activerend taalgebruik: “Laat je oren checken vóór het te laat is!”Voorbeeld (vwo)
Een campagne-artikel waarin lezers worden opgeroepen om de petitie tegen biomassacentrales te tekenen, met emotioneel geladen voorbeelden en statistieken.
→ De schrijver combineert feiten met morele argumenten.
Samenvatting: overzicht tekstdoelen en bijbehorende tekstsoorten
| Tekstdoel | Uitleg | Tekstsoorten |
|---|---|---|
| Informeren | Iets vertellen of uitleggen zonder mening | Nieuwsbericht, achtergrondartikel |
| Uiteenzetten | Complexe info stap voor stap uitleggen | Uiteenzetting, schoolboektekst |
| Overtuigen | Lezer een standpunt laten overnemen | Betoog, opiniestuk, ingezonden brief |
| Activeren | Lezer aanzetten tot actie | Reclame, flyer, campagne- of protesttekst |
Wat je moet kunnen op het examen (3F/4F)
- Tekstdoel herkennen aan toon, structuur en inhoud.
- Tekstsoort benoemen bij het doel.
- Kunnen uitleggen waarom je denkt dat het bijvoorbeeld een betoog is, en niet een uiteenzetting (argumentatie? mening? objectiviteit?).
- Combinaties herkennen: soms probeert een tekst te informeren én te overtuigen. Dan kijk je welk doel domineert.