Uiteenzetting

Een uiteenzetting is een informatieve tekst waarin je een onderwerp objectief en systematisch uitlegt of toelicht. Het doel is niet om te overtuigen of tot een standpunt te komen, maar om de lezer inzicht te geven in een verschijnsel, proces of probleem.

Een uiteenzetting:

  • is zakelijk en helder van toon,
  • bevat feiten, voorbeelden en toelichting,
  • is logisch gestructureerd,
  • bevat géén mening of evaluatie.

Voor je een uiteenzetting kunt schijven, moet je eerst een schrijfplan maken. Hier lees je hoe je dat aan moet pakken.


Opbouw van een uiteenzetting

Hoewel de exacte vorm kan verschillen, bestaat een uiteenzetting meestal uit:

  1. Inleiding
  2. Kern (meerdere alinea’s)
  3. Slot

1. Inleiding

Introduceer het onderwerp kort en zakelijk. Geef aan wat je gaat uitleggen. Soms kun je een vraag stellen die je in de tekst beantwoordt, zoals:

Hoe werkt de centrale examensystematiek in Nederland?
of
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van klimaatverandering?

2. Kern

In de kern geef je uitleg, meestal aan de hand van een volgorde of een structuur. Denk aan:

  • een stappenplan,
  • een indeling in oorzaken,
  • verschillende soorten of vormen van iets.

Zorg dat de informatie logisch geordend is en gebruik signaalwoorden zoals:

  • ten eerstedaarnaastverderbijvoorbeeldomdatduskortom.

Voor havo-leerlingen is het belangrijk dat de tekst helder, goed geordend en zonder te veel abstractie is. Vwo-leerlingen moeten ook laten zien dat ze complexe informatie kunnen structureren, bijvoorbeeld met definities, deelvragen of theoretische modellen.

3. Slot

Een uiteenzetting eindigt meestal met een samenvatting of herhaling van de hoofdpunten. Er wordt géén mening gegeven, ook niet tussen de regels door.


Veelvoorkomende tekststructuren

StructuurVoorbeeld
Oorzaak-gevolgWat veroorzaakt laaggeletterdheid en wat zijn de gevolgen?
Maatregel-gevolgWelke maatregelen zijn genomen tegen plasticvervuiling?
DeelonderwerpenWat zijn de verschillende vormen van democratie?
ProcesbeschrijvingHoe verloopt een sollicitatieprocedure?

Taalgebruik en stijl

  • Zakelijk en objectief
  • Geen mening of evaluatie
  • Gebruik van passende signaalwoorden om verbanden aan te geven
  • Bij voorkeur derde persoon of onpersoonlijk taalgebruik (geen “ik” of “wij”)